Europa moet streng zijn op mensenrechten: tegen nieuwe én tegen oude lidstaten

Vorige week sprak ik een Servische jonge vrouw die werkt als ambtenaar bij het Servische parlement voor de commissie voor Europese integratie. Ze deelde met mij haar theorie dat de Europese Unie extra streng is ten opzichte van toetredingslanden waar het gaat om zaken als rechten van minderheden, anti-discriminatie en vrijheid van meningsuiting omdat er geen fatsoenlijk systeem bestaat waarmee de huidige EU-lidstaten elkaar kunnen aanspreken op overtredingen van deze rechten. Met andere woorden; de toetredingsonderhandelingen zijn de laatste kans om nog iets op deze terreinen te eisen, als een land eenmaal lid is kan het doen wat het wil.

Deze Servische pleitte voor een sanctiesysteem voor EU-landen onderling, zodat de Europese Unie minder streng hoeft te zijn naar toetredingslanden. Met haar conclusie ben ik het niet eens. Ik vind juist dat er de toetreding te weinig aandacht is voor rechten van minderheden en anti-discriminatie. Andere delen van de Europese regelgeving worden veel belangrijker gevonden en zodra die in orde lijken te zijn kan er toegetreden worden. De behandeling van Roma in de nieuwe Oost-Europese lidstaten is nog altijd verschrikkelijk en de verbetering van hun positie en rechten is niet als harde eis voor toetreding gesteld.

Zo ook duurt bijvoorbeeld de benarde situatie van de erased in Slovenië voort. Dit zijn mensen uit andere voormalig Joegoslavische landen die na de oorlog in de jaren negentig in Slovenië woonden. Zij kregen een paar maanden om zich te registreren, een regeling waar bijna geen ruchtbaarheid aan gegeven werd. Velen hebben nooit de kans gehad om dit te doen en zijn zonder pardon overal uit de administratie gewist. Ze bestaan simpelweg niet meer en kunnen nergens meer aanspraak op maken. Ook daar is nooit een punt van gemaakt bij toetreding.

Maar de Servische had natuurlijk wel een punt. Het is belachelijk dat EU-lidstaten elkaar niet bekritiseren over het schenden van basale mensenrechten en van rechten van minderheden en andere groepen die gediscrimineerd worden. De cultuur tussen lidstaten is er niet naar om dat te doen. Als de één een vinger wijst, wie zullen er dan terugwijzen? En morgen heb je dat land misschien weer nodig als bondgenoot om iets van tafel of juist op de agenda te krijgen. Zo houden lidstaten hun mond en elkaar de hand boven het hoofd.

Een aantal jaren geleden heeft Kathalijne Buitenweg, onze vorige GroenLinks-Europarlementariër, ervoor gezorgd dat de kandidatuur van Rocco Buttiglione als Europees commissaris werd ingetrokken omdat deze man publiekelijk allerlei homofobe uitspraken had gedaan. Dit betekende een belangrijke ommekeer in de verhouding tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. De Commissie nam plots het Parlement vele malen serieuzer. We hebben een soortgelijke ommekeer nodig waar het gaat om onderlinge kritiek op het schenden van mensenrechten.

Deze week heeft het Europees Parlement daar een kans toe. Er ligt een resolutie voor van onder andere mijn collega Judith Sargentini om Italië aan te pakken voor het gebrek aan persvrijheid in dat land. Premier Berlusconi heeft daar een zodanige greep op de media dat van echte persvrijheid geen sprake meer is. Het zou prachtig zijn als die resolutie met een grote meerderheid wordt aangenomen en daar gevolg aan wordt gegeven door de Europese Commissie en Raad van Europese ministers.

Gerelateerde blogberichten

Judith Sargentini
Judith Sargentini
Judith Sargentini